NEN 2575.

De NEN 2575 behandeld de systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen voor ontruimingsinstallaties.

Ontruimingsinstallaties kunnen op 3 manieren worden uitgevoerd.

Type A.
Een type A installatie bestaat uit een brandmeldcentrale welke goedgekeurd moet zijn conform de NEN EN54. Hieraan gekoppeld wordt een ontruimingsinstallatie welke de signaalgevers aanstuurt. Kenmerk van een type A installatie is dat de ontruiming plaatsvind d.m.v. gesproken woord. Een belangrijk kenmerk van een type A installatie is dat de voeding van de brandmeldcentrale en ontruimingscentrale gescheiden moeten worden uitgevoerd.

Type B.
Een type B installatie is in grote mate gelijk aan type A, alleen vind de alarmering plaats d.m.v. een slow whoop signaal. Bij dit type installatie mogen de voedingen van zowel brandmeld- als ontruimingsinstallatie gecombineerd worden. In de meeste gevallen is de ontruimingscentrale geintegreerd in de brandmeldcentrale.

Type C.
Een type C installatie is een "stand alone" ontruimingscentrale. Een belangrijk kenmerk is dat de installatie geen doormelding naar de brandweeralarmcentrale heeft.

Stil alarminstallaties.
Bij dit type installatie wordt de alarmering via attentiepanelen, gesproken codebericht of personenzoekinstallatie gedaan. Het is dan de bedoeling dat een geselecteerde groep personen hierop reageerd.

Een nieuw probleem bij het installeren van een ontruimingsinstallatie is het geluidsniveau wat gehaald moet worden. Zie onderstaande tabel.

Citeria voor het geluidsniveau van toonsignalen

Minimaal toelaatbaar geluidsniveau Algemeen
65 dB (A)
In slaapgebieden ter plaatse van het hoofdeinde van een bed.
75 dB (A)
Maximaal toelaatbaar geluidsniveau Algemeen
120 dB (A)
In slaapgebieden 85 dB (A)
Geluidsniveau signaal dat boven het omgevingsgeluid uitkomt Minimaal
6 db (A)
Maximaal 20 dB (A)

Omdat 65 dB (A) het vereiste minimumgeluidsniveau is, kan in sommige slaapgebieden en in ruimten waar het omgevingsgeluidniveau minder dan 45 dB (A) is, het geluidsniveau meer dan 20 dB (A) boven het omgevingsniveau uitkomen.

Het probleem is nu dat er voor installatie eerst goed bekeken moet worden wat de diverse geluidsniveaus zijn om later problemen te voorkomen. Vooral de eis van 75 dB bij het hoofdeinde van een bed kan problematisch zijn omdat slow whoops meestal in de gang hangen en de demping door deuren, muren e.d. te groot kan zijn waardoor de minimumeis niet gehaald wordt.

Daarnaast kan het mogelijk zijn om optische signaalgevers toe te passen. Dit is in de volgende omstandigheden verplicht:

  • Bij een te hoog omgevingsgeluidniveau,
  • Wanneer personen binnen de alarmeringszone gehoorbescherming gebruiken,
  • Wanneer er binnen de alarmeringszone personen met een slecht gehoor aanwezig kunnen zijn.

Een andere belangrijke eis is dat er per alarmeringszone, dus bijvoorbeeld per verdieping, 2 alarmgevers moeten worden geplaatst. Dit geld zowel voor akoestische als optische alarmgevers.